www.berlijn-now.nl gebruikt cookies!

De websites van Stedenman gebruiken cookies (o.a. van Google) om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services.

Klik op "Ja, ik ga akkoord!" om cookies te accepteren en de website volledig te gebruiken, of lees hier meer informatie voor een gedetailleerde beschrijving van de soorten cookies en te kiezen of u deze cookies wilt accepteren tijdens een bezoek aan deze site.
berlijn-bezienswaardigheden-dom-museuminselberlijn-reichstag-kerstberlijn-bezienswaardigheden-holocaust-monumentberlijn-bezienswaardigheden-berlijnse-muurberlijn-bezienswaardigheden-spreeberlijn-kerst

Gedenkplaats Neue Wache

Het oorlogsmonument Neue Wache aan Unter den Linden in Berlijn is de 'Centrale gedenkplaats van de Bondsrepubliek Duitsland voor de slachtoffers van oorlog en tirannie'.

Neue WacheDe Neue Wache (Nieuwe Wacht) is al tweehonderd jaar herdenkingsplaats van oorlog en oorlogsslachtoffers. De geschiedenis van het gebouw weerspiegelt die van Duitsland.

Oorspronkelijk werd het ontwerp van architect Karl Friedrich Schinkel in 1816 gebouwd als wachthuis voor het Kronprinzenpalais van Frederik Willem III. Het moest de vervanging zijn van de naast het Zeughaus gelegen ‘Kanonierwache’, een van de 34 militaire wachtgebouwen die Berlijn aan het eind van de 18e eeuw rijk was.

Dat wachtgebouw diende om toezicht te houden op de soldaten van de vier in Berlijn gelegerde artillerieregimenten en stond daarom ook wel bekend als Artilleriewache of Artilleriehauptwache. Nadat Friedrich Wilhelm in 1798 naar het Kronprinzenpalais was verhuisd werden er ook de manschappen die voor de beveiliging van de koning en zijn paleis moesten zorgen in ondergebracht. Daaraan dankte het zijn latere naam Königswache.

Napoleon
Het ontwerp van Schinkel moest niet alleen qua stijl in de omgeving passen en monumentaliteit uitstralen, maar ook moest het gebouw de overwinning in de Pruisische ‘Befreiungskrieg’ symboliseren en een herdenkingsmonument zijn voor de overwinning op Napoleon. Dit is nog steeds goed te zien aan het beeldhouwwerk, dat verwijst naar de successen van de Pruisische legers in de bevrijdingsoorlog.

Zo staan op de fries boven de Dorische zuilen tien gevleugelde overwinningsgodinnen en is een gevechtsscène afgebeeld waarop Nike (de godin van de overwinning) een veldslag beslist. Later -in 1822- werden bij het gebouw ook nog standbeelden van Scharnhorst en Bülow, de twee belangrijke generaals in de oorlog tegen Napoleon, geplaatst. De allereerste erewacht voor de Neue Wache werd met veel ceremonieel opgesteld op 18 september 1818.

Gedurende de 19e eeuw veranderde er eigenlijk niets aan de Neue Wache en het interieur. Links van de ingang bevonden zich het wachtlokaal van de officieren en het arrestantenlokaal, rechts het wachtlokaal van de manschappen en bureauruimtes.

La belle JosephineFrans-Duitse oorlog
Na de Pruisische overwinning in de Frans-Duitse oorlog werden bij de Neue Wache door de Pruisische legers meegebrachte krijgstrofeeën, waaronder het monsterkanon 'La Belle Joséphine' van fort Mont Valérien bij Parijs, geplaatst tussen de wapens die eerder op de troepen van Napoleon waren buitgemaakt.

Ondertussen verloor de Neue Wache haar normale militaire functie en werd het steeds meer het middelpunt van militair ceremonieel, niet in de laatste plaats door keizer Wilhelm II, die iedere gelegenheid te baat nam om de Berlijnse regimenten over Unter den Linden te laten paraderen of daar erewachten op te stellen.

Haar functie als wachtgebouw ging definitief verloren toen keizer Wilhelm II op 10 november 1918 vanuit zijn hoofdkwartier in het Belgische Spa naar het neutrale Nederland vluchtte en er voor de 'Schloßwache' niets meer te bewaken viel. De laatste soldaten verlieten de Neue Wache in 1923, waarna het gebouw enige tijd diende als noodwoning voor een drietal dakloze gezinnen.

Gedächtnisstätte für die Gefallenen des Weltkrieges
Al snel na de oorlog kwam de behoefte op aan een plek waar de soldaten die in de Eerste Wereldoorlog hun leven hadden verloren konden worden herdacht. Het zou echter nog tot 1929 duren eer Otto Braun, ministerpresident van Pruisen, besloot de Neue Wache in te richten als "Gedächtnisstätte für die Gefallenen des Weltkrieges" en architect Heinrich Tessenow opdracht gaf voor de verbouwing en herinrichting.

Deze herschiep het interieur in een enkele ruimte zonder enige decoratie. Midden in de sobere hal plaatste hij een 1,67 meter hoge zuil van zwart graniet, bekroond met een lauwerkrans met zilveren en gouden bladeren. Op de vloer een stenen plaquette met het simpele opschrift "1914-1918". Een oculus in het plafond zorgde voor belichting die wisselde met het uur van de dag, het weer en de seizoenen. De herschapen Neue Wache werd op 2 juni 1931 ingewijd.

Heldengedenkmal
Met het aantreden van Adolf Hitler in 1933 werd dodenherdenking heldenverering. De eerste 'Volkstrauertag' na de machtsovername paradeerden de Wehrmacht en SA en wapperden de hakenkruisvlaggen. Al het jaar daarop was de Volkstrauertag hernoemd tot Heldengedenktag, was het een wettelijke feestdag geworden en was het Hitler zelf die een krans kwam leggen. Daarna werd het 'Heldengedenkmal' steeds meer gebruikt voor staats- en partijpropaganda. De laatste viering van 'Heldengedenktag' bij de toen al door bombardementen zwaar beschadigde Neue Wache vond plaats in 1945.

Neue WacheMahnmal für die Opfer des Faschismus und der beiden Weltkriege
Na de Tweede Wereldoorlog drong zich al snel de vraag op wat er met de Neue Wache moest gebeuren. Het dak was gedeeltelijk ingestort en twee zuilen lagen in puin. Heinrich Tessenow, de architect die in 1931 de herinrichting ter hand had genomen, vond dat het gebouw als ruïne behouden moest blijven in de staat waarin het zich bevond.

Het liep echter anders. In 1951 werd met de restauratie van de Neue Wache begonnen en in 1956 kreeg architect Heinz Mehlan opdracht het tot "Mahnmal für die Opfer des Faschismus und der beiden Weltkriege" in te richten. Dak, portaal en tympanon werden gerestaureerd en de standbeelden van Bülow en Scharnhorst werden verwijderd.

De door brand vervormde granieten monoliet bleef staan, zonder de lauwerkrans met de gouden en zilveren bladeren, die al sinds 1948 spoorloos verdwenen was. De bodemplaat met het opschrift "1914-1918" werd verwijderd en het eikenhouten kruis tegen de achterwand, dat de nationaal-socialisten hadden laten aanbrengen, werd vervangen door de tekst "Den Opfern des Faschismus und Militarismus". In 1960 werd het monument met veel militair ceremonieel officieel ingewijd.

Bij nader inzien was de SED-partijleiding toch niet zo blij met de nieuwe inrichting van de Neue Wache: deze was te weinig in overeenstemming met de partij-ideologie, zodat al in 1966 een grondige herinrichting werd uitgevoerd. Hierbij werden, om een duidelijke scheiding tussen slachtoffers en daders van het nationaal-socialisme aan te brengen, de stoffelijke resten van een onbekende verzetsstrijder naast die van een onbekende Duitse soldaat begraven. Het bijzetten van de urnen vond plaats op 14 januari 1969 in het bijzijn van de staats- en partijleiding en hoge officieren van de Nationale Volksarmee.

De jaren daarna zou op OdF-Tag (de "Internationaler Gedenktag für die Opfer des faschistischen Terrors und Kampftag gegen Faschismus und imperialistischen Krieg"), die jaarlijks op de tweede zondag in september werd gehouden, in de Neue Wache met het nodige militaire ceremonieel kransen worden gelegd namens staats- en partijleiding. Ook werden de soldaten van de grensbewaking, die de wachttorens langs de muur bemanden, voor de Neue Wache beëdigd.

In oktober 1989 zou het in de gelijknamige kazerne aan de Kupfergraben gelegen Wachregiment ‘Friedrich Engels’ van de Nationale Volksarmee een van zijn laatste wachtaflossingen bij de Neue Wache uitvoeren. Een jaar later, oktober 1990, ging de DDR op in de Bondsrepubliek Duitsland. Direct na de Duitse eenwording werd de zwaar met de ideologieën van twee achtereenvolgende totalitaire regimes beladen Neue Wache als 'Mahn- und Gedenkmal' gesloten.

Zentrale Gedenkstätte der Bundesrepublik Deutschland für die Opfer von Krieg und Gewaltherrschaft
Onverwacht en tot ieders verbazing besloot de Duitse regering op 27 januari 1993 op initiatief van bondskanselier Helmuth Kohl om de Neue Wache in te richten als "Zentrale Gedenkstätte der Bundesrepublik Deutschland für die Opfer von Krieg und Gewaltherrschaft". Wederom werd het interieur heringericht. Ditmaal werd dit grotendeels weer teruggebracht in de staat zoals Heinrich Tessenow die in 1931 had opgeleverd. De graven van de onbekende soldaat en onbekende verzetsstrijder werden ongemoeid gelaten, maar verdwenen onder vloertegels.

Op de plaats waar eerder de zwartgranieten monoliet had gestaan kwam het door Helmuth Kohl zelf uitgekozen beeld ‘moeder met dode zoon’, een vergrote replica van een sculptuur van Käthe Kollwitz, die haar zoon Peter in de Eerste en een kleinzoon in de Tweede Wereldoorlog had verloren. In het beeld, waarvan het origineel slechts 38 centimeter hoog is, heeft Kollwitz het verdriet om haar gesneuvelde zoon Peter uitgedrukt. Op de vloer voor de sculptuur werd de tekst "Den Opfern von Krieg und Gewaltherrschaft" aangebracht.

Neue WacheDe nieuwe inrichting van de Neue Wache leidt tot heftige discussies. Zowel op de door Kohl gekozen sculptuur als de maakster daarvan is kritiek: de uitvergroting van het intieme beeldje zou lomp zijn en Kollwitz zelf zou aanvankelijk helemaal niet tegen oorlog zijn geweest omdat zij zelf, tegen de wil van haar echtgenoot, haar minderjarige zoon toestemming zou hebben gegeven zich als oorlogsvrijwilliger te melden.

De keuze van de Berlijnse 'Denkmalschutz' om de standbeelden van Scharnhorst en Bülow weer op hun oude plaats terug te zetten en het monument zo in zijn staat uit 1931 terug te brengen, zou een impliciete verheerlijking van het Pruisisch-militaristische verleden zijn. En wie zijn eigenlijk die 'Opfern' waar de tekst 'Den Opfern von Krieg und Gewaltherrschaft' op de vloer aan refereert? De slachtoffers? De daders? En zijn de daders zelf niet ook vaak slachtoffer? Wie moeten er eigenlijk herdacht worden in de Neue Wache?

Plaquette
Uiteindelijk wordt een oplossing gevonden door bij de ingang een plaquette te plaatsen waarop de groepen slachtoffers nader worden benoemd. De opsomming - een treurige, deprimerende lijst - is afkomstig uit een toespraak van bondspresident Richard von Weizsäcker uit 1985, waarin deze namens Duitsland berouw toonde over het veroorzaakte leed van de Tweede Wereldoorlog. Op een andere plaquette staat in het kort de geschiedenis van de Neue Wache beschreven.

Wat we niet meer terugzien bij de Neue Wache is de lauwerkrans met de gouden en zilveren bladeren. Nadat deze in 1948 spoorloos verdween werd hij in 1960 in een bagagekluis op Bahnhof Zoo teruggevonden. Van de oorspronkelijk 235 bladeren bleken er nog 177 over. De krans is nu te bezichtigen in het Deutschen Historischen Museum, vlakbij de Neue Wache.

Neue Wache
Unter den Linden 4, Berlijn (Mitte)

U-Bhf: Hausvogteiplatz, Französische Straße
Bus: 100, 200, N2, TXL (Staatsoper), 147 (Werderscher Markt), 100, 200, N2 (Lustgarten), 100, 147, 200, N2, N6, TXL (Unter den Linden/Friedrichstraße), 147 (Französische Straße)

Locatie

Reageer op dit artikel
Mail de redactie
Share dit artikel op Facebook!
Tweet dit artikel op Twitter!
Deel dit artikel!


Fragmente

Video van Marco Woldt over het Lichtgrenze-project in Berlijn op 9 november 2014. Ter herdenking van 25 Val van de Berlijnse Muur.